Het verschil tussen Nederlandse en Vlaamse spelregels

Het Nederlands en het Vlaams. Buren, broers, vrienden. Zo gelijkaardig en toch zo verschillend. Zo klinkt de zin ‘mijn botten zijn vies’ in Nederland nogal griezelig, terwijl dit tijdens een Vlaamse herfst een doodnormale zin is. En mijn date met een Nederlander zou best ongemakkelijk worden als ik zou voorstellen om ‘samen te poepen’. De meeste Nederlanders en Belgen kennen deze hilarische verschillen, maar er zijn ook woorden die een stuk minder bekend zijn. Denk aan ‘contacteren’, ‘herbeginnen’ en ‘luidop’. Toen ik als Vlaamse in Nederland kwam wonen had ik geen idee! Dit zijn juist de woorden die pas echt handig zijn om te weten! Ik zet de verschillen in Nederlandse en Vlaamse spelregels naast elkaar. Ben ik een woord vergeten? Mail me en ik vul de lijst aan! Ga meteen naar de lijst met Nederlandse en Vlaamse woorden Kies je voor Nederlandse of Vlaamse spelregels? Ik gooi er even een disclaimer tussen: dit artikel is puur informatief en heeft niet het doel om Vlaamse spelregels af te keuren. Toen ik ooit een andere vraag stelde op Facebook, waren de meningen over het gebruik van Vlaamse woorden in spelregels nogal verdeeld. Vlaamse spelregels: Wat de tegenstanders zeggen “Wanneer je je richt op het Nederlandstalige taalgebied, moet je het Nederlands gebruiken.” “Belgen (Vlamingen) begrijpen Nederlandse woorden, maar omgekeerd is dit niet altijd zo.” Vlaamse spelregels: Wat de voorstanders zeggen “Standaardtaal in België is niet hetzelfde als standaardtaal in Nederland.” Bron. “Vlaamse woorden zullen niet voor zodanige onduidelijkheden zorgen dat je niet weet hoe je het spel moet spelen.” “Van een uitgever van Nederlandse bodem verwacht ik de regels in het Nederlands. Terwijl ik bij een Vlaamse uitgever niet opkijk van een meer Vlaamse regeltekst.” Ben ik voor- of tegenstander? Ik sluit me aan bij de laatste opmerking: een Vlaamse uitgever* mag zeker Vlaamse spelregels schrijven. Dat vind ik eigenheid uitstralen. Daarbij stelt Taaladvies.net: “De standaardtaal is voor het grootste deel gelijk in Nederland en België en de verschillen die voorkomen zijn vaak gradueel.” Zolang de spelregels dus duidelijk zijn voor het hele taalgebied, zie ik het probleem niet. Sterker nog, ik voel me als Vlaamse speler gezien! Wanneer mijn zoontje een Nederlandse tekenfilm kijkt waarin een Vlaams personage zit, spring ik haast van vreugde op de zetel (bank ). Bij spellen is dat net zo. Inclusie en samen spelen gaan hand in hand! *Wat een Waalse, Oost-Belgische of Brusselse uitgever doet met een Nederlandstalige uitgave is nog de vraag. Vlaamse versus Nederlandse woorden Nog een disclaimer. Ik beloof dat dit de laatste is voor dit artikel. Taal is veranderlijk en verschilt per regio, tijd en gevoel. De onderstaande tabel is gebaseerd op betrouwbare bronnen. Toch kan het dat jij het andere woord gebruikt. Taal stopt tenslotte niet aan de grens. bijhorend / bijbehorend / daarbij horend bijbehorend / daarbij horend Vlaanderen.be contacteren contact opnemen met Taaladvies.net eender wie / gelijk wie / om het even wie / wie dan ook om het even wie / wie dan ook Taaladvies.net eenmaal / zodra / als / wanneer zodra / als / wanneer Taaladvies.net herbeginnen opnieuw beginnen Taaladvies.net in wijzerzin (in tegenwijzerzin) met de klok mee / rechtsom (tegen de klok in / linksom) Vlaanderen.be inhoudstafel inhoudsopgave Vlaanderen.be in voorraad > op voorraad in voorraad < op voorraad Taaladvies.net luidop / hardop hardop Vlaanderen.be maximum (als bijvoeglijk naamwoord) maximaal (als bijvoeglijk naamwoord) Onzetaal.nl meteen gelijk / meteen (formeel) Taaladvies.net nadien (informeel) / daarna nadien (formeel) / daarna Taaladvies.net net (tegenstelling) juist (tegenstelling) Taaladvies.net om beurt / om de beurt / om beurten om de beurt / om beurten Vlaanderen.be omwille van (redengevend) wegens / vanwege / door Vlaanderen.be Ofwel verhoog je het bod, ofwel pas je. Ofwel je verhoogt het bod, ofwel je past. Onzetaal.nl op het einde aan het einde Vlaanderen.be telkens telkens als Taaladvies.net ten laatste uiterlijk / op zijn laatst Taaladvies.net toelaten toestaan Taaladvies.net vermits / aangezien / omdat aangezien / omdat Vlaanderen.be Wist je dit over Vlaamse koeken? Nog een leuk weetje om af te sluiten: in de Vlaamse spreektaal hoor je wel eens het woord ‘koeken’ vallen tijdens een kaartspel. Dit betekent niet dat de speler een portie koekjes bestelt (nou ja, soms wel), maar het over ‘ruiten’ heeft. Ruiten drie wordt dan koeken drie. Doe mij er maar eentje. Meer lezen? Samenwerken? Ja graag! Stuur me een mailtje voor een vrijblijvend gesprek. Ik wil koffie Doe maar thee
Genderneutraal schrijven: tips voor spelregels

Genderneutraal schrijven is steeds vaker de standaard. Overheidsdocumenten en -websites, landingspagina’s van bedrijven en wetenschappelijke artikelen (om slechts enkele voorbeelden te benoemen) worden allemaal genderneutraal geschreven. Het is dus niet gek dat ook andere teksten, zoals spelregels, meegaan met de tijd. Maar hoe doe je dat: genderneutrale spelregels schrijven? Waarom genderneutraal schrijven? Zo schrijf je genderneutrale spelregels Gebruik de je-vorm Vermijd onnodige bezittelijke voornaamwoorden Gebruik het meervoud Gebruik namen en rollen Gebruik ‘die’ of ‘hen’ Iedereen speelt mee: dat is heel normaal Waarom genderneutraal schrijven? Moet dat wel, genderneutrale spelregels schrijven? Iedereen weet toch dat met de ‘hij’ die kaarten speelt en dobbelstenen gooit, niet alleen mannen worden bedoeld? Dat zal best, maar toch is het een goed idee om je schrijfwijze aan te passen. Allereerst omdat het publiek is veranderd. Vroeger was het spelen van bord- en rollenspellen voornamelijk een hobby van mannen, maar dat is al jaren zo niet meer. Daarnaast weerspiegelt onze taal de maatschappij waarin we leven. Taal stuurt de houding, de opvattingen en het gedrag van spelers, en dit vaak onbewust. Door genderneutraal te schrijven ga je inclusiever schrijven, wat zowel direct als indirect een impact heeft op je spelers. Zo schrijf je genderneutrale spelregels Het is makkelijker dan je denkt. Zolang je deze technieken in het achterhoofd houdt, is genderneutraal schrijven heel gewoon. 1. Gebruik de je-vorm Dit is meteen mijn favoriete techniek, niet alleen omdat het neutraal klinkt. Door te schrijven vanuit tweede persoon, ga je vanzelf actieve zinnen schrijven. Actieve zinnen zijn kort en duidelijk, wat in een spelhandleiding perfect op z’n plaats is. Voorbeeld: Er worden twee kaarten genomen door de speler die aan de beurt is. Als hij aan de beurt is, neemt hij twee kaarten. Als je aan de beurt bent, neem je twee kaarten. 2. Vermijd onnodige bezittelijke voornaamwoorden Vaak gebruik je bezittelijke voornaamwoorden die je niet nodig hebt. Kijk eens kritisch naar je tekst en herschrijf waar het kan. Voorbeeld: Elke speler kiest zijn pion. Elke speler kiest een pion. Kies een pion. 3. Gebruik het meervoud Deze tip zal je vast al hebben gehoord: gebruik het meervoud wanneer je genderneutraal schrijft. Hoewel dit een goede techniek kan zijn, is deze niet altijd toepasbaar. Soms is een spelregel maar van toepassing op één speler, voornamelijk als deze een specifieke rol heeft in het spel. Voorbeeld: Elke speler noteert zijn score. Alle spelers noteren hun score. 4. Gebruik namen en rollen Ik kwam deze aanpak voor het eerst tegen in het spelershandboek van het rollenspel Pathfinder. (Misschien waren ze niet de eersten, maar daar las ik voor het eerst over een ‘zij’.) In het boek staat bij elke klasse een zogenoemd ‘iconisch personage’. Zo is Seelah een vrouwelijke paladijn en Lem een mannelijke bard. In de uitleg wordt dan ook gesproken over ‘haar’ of ‘zijn’, niet omdat de klasse zelf een geslacht heeft, maar omdat er verwezen wordt naar dat specifieke personage. Heb je een spel zonder rollen of personages? Geef dan namen aan je denkbeeldige spelers. Voorbeeld: De speler geeft een hint aan zijn teamgenoot, die op zijn beurt een woord opschrijft. Daan geeft een hint aan zijn teamgenoot Kim, die op hun beurt een woord opschrijft. De spion geeft een hint aan zijn koningin, die op haar beurt een woord opschrijft. 5. Gebruik ‘die’, ‘diens’, ‘hen’ en ‘hun’ Het gebruik van ‘die’, ‘diens’, ‘hen’ en ‘hun’ is vast het moeilijkst om aan te wennen. Oorspronkelijk is ‘die’ een aanwijzend voornaamwoord, waarmee je ook naar personen kunt verwijzen. Daarom is dit een goed woord als je hij of zij wilt vermijden. Als neutraal bezittelijk voornaamwoord kun je ‘diens’ gebruiken. De afgelopen tien jaar worden ‘hen’ en ‘hun’ steeds vaker gebruikt als enkelvoudige verwijswoorden. Weet dat je ‘die’ en ‘hun’ ook kunt combineren. Voorbeeld: Als een speler klaar is, legt hij de kaarten opzij. Als een speler klaar is, legt die de kaarten opzij. Iedereen speelt mee: dat is heel normaal Het doel van genderneutraal spelregels schrijven is niet om krampachtig correct te zijn, maar om niemand uit te sluiten. Bovendien is het gewoon eigen aan de tijd. Je zult merken dat het al snel vanzelf gaat. Kleine aanpassingen maken een groot verschil. Let wel: probeer zo consistent mogelijk te blijven. Kies je aan het begin van je spelregels voor een bepaalde vorm? Verander dan niet halverwege naar een andere vorm. Zo leest je tekst inclusief én lekker vlot! Meer lezen? Samenwerken? Ja graag! Stuur me een mailtje voor een vrijblijvend gesprek. Ik wil koffie Doe maar thee
Hoe leg je een spel uit?

Geschreven versus gesproken taal 1. Welke rol hebben we? 2. Wat is het doel van het spel? 3. Hoe werkt het spel in grote lijnen? 4. Wat doen we in onze beurt? 5. Waar moet ik rekening mee houden? 6. Wanneer eindigt het spel? 7.Wie begint er? Leren tijdens het spelen Een speluitleg is als een pannenkoek Ik leg een spel uit zoals ik pannenkoeken bak: de eerste mislukt altijd. Nochtans heb ik de juiste ingrediënten gemixt tot een mooi, glad beslag. Het is bovendien niet de eerste keer dat ik het doe. En toch, dat eerste baksel lijkt helemaal nergens op. Wat gaat er mis? Nou, mijn pan is nog niet warm genoeg. Zo gaat het ook bij een speluitleg: je moet even opwarmen. Een speluitleg is niet enkel een instructie; het is een verhaal waarin je de spelers meeneemt. Als het verhaal duidelijk is, voelen de acties tijdens het spel logischer. Maar de speluitleg moet niet enkel duidelijk zijn, je wilt je spelers ook enthousiast maken. Zo zet je de toon voor een leuk spelmoment. Hoe doe je dat? Ik heb voor mezelf een houvast gemaakt. Geschreven versus gesproken taal Een speluitleg volgt ongeveer dezelfde structuur als een regelboek. Toch is er een groot verschil: een regelboek is geschreven tekst, terwijl je bij een speluitleg je publiek rechtstreeks aanspreekt. Houd dus rekening met de volgende tips: Spreek duidelijk: Houd een aangenaam volume en ritme aan. Vermijd stopwoorden en maak je zinnen af. 🚫 Euhm… Endandoetdevolgende, ja. WAT ik DAARSTRAKS dus ZEI. Ga interactie aan: Kijk je spelers aan en toets af en toe of er vragen zijn. Spreek niet over ‘speler 1’ en ‘speler 2’, maar wijs hen aan of gebruik hun namen wanneer je een voorbeeld geeft. Sander kan in zijn beurt alleen kaarten ruilen met Margo of Bart. Gebruik de componenten: Wijs tijdens je uitleg de componenten aan waarover je spreekt. Dit verduidelijkt niet alleen over welke componenten het gaat, maar houdt ook de aandacht van je spelers beter vast. Voer de actie uit die je omschrijft. Moeten spelers een tegel omdraaien? Draai dan tijdens je voorbeeld de tegel fysiek om. 👉 Wanneer ik een component gebruik in de voorbeelden, is de tekst vetgedrukt. 1. Welke rol hebben we? Wie zijn we en waar gaat het spel over? Zijn we avonturiers in de jungle of bouwmeesters in een stad? Brouwen we bier of voeren we oorlog? Door het thema van het spel toe te lichten, schets je tegelijkertijd een kader waarin de acties logisch zijn. Het spel zal een stuk gemakkelijker te begrijpen zijn. In Gnome Village ga je een kabouterdorp bouwen voor je kabouters. Om te winnen moet je slim werkplaatsen, bedrijven en huizen aanleggen. Je kabouters moeten ervoor werken, want zij zorgen ervoor dat je acties mag uitvoeren. 2. Wat is het doel van het spel? Het doel van het spel houdt uiteraard in hoe we winnen: de meeste punten, als eerste de finish bereiken, of het grote monster verslaan. Vertel alvast kort hoe we dit gaan doen en geef dit wat context. Persoonlijk vermijd ik in dit deel het benoemen van componenten. De instructie “Verzamel voldoende stenen om je weg te bouwen” is namelijk gemakkelijker te onthouden dan “Betaal drie grijze blokjes voor één tegel.” De speler met de meeste punten aan het einde van het spel heeft het mooiste kabouterdorp gebouwd! Dit is het symbool van de punten. Je krijgt punten voor werkplaatsen, huizen en sommige bedrijven. Elke munt die je aan het einde van het spel niet hebt gespendeerd, is ook een punt waard. 3. Hoe werkt het spel in grote lijnen? Geef een globaal overzicht van hoe het spel werkt. Ga nog niet in op de details, want dat is verwarrend als we nog niet het volledige plaatje in ons hoofd hebben. Bestaat het spel uit fasen? Geef eerst een overzicht van de fasen voordat je deze in detail uitlegt. Houd hierbij de juiste volgorde aan; leg fase 4 bijvoorbeeld niet uit voordat je fase 2 hebt verduidelijkt. Soms zijn fasen onderdeel van een beurt. In dat geval leg je de fasen pas uit in het volgende stukje en benoem je hier de belangrijkste spelcomponenten. Wijs de onderdelen of zelfs symbolen aan tijdens je uitleg. Goed. Hoe verloopt het spel? Wat je tijdens het spel kunt doen, hangt grotendeels af van de gebouwen in je dorp. Je hebt werkplaatsen en bedrijven. Werkplaatsen zijn nodig om je dorp uit te breiden, terwijl bedrijven je een extra voordeel geven of andere spelers kunnen plagen. Huizen zijn belangrijk omdat je voor elke kabouter een huis nodig hebt. Tenslotte zijn er de wegen. Elk gebouw moet namelijk aan minstens één weg liggen. 4. Wat doen we in onze beurt? Leg stap voor stap uit wat we moeten doen in onze beurt. Wijs tijdens je uitleg de juiste spelcomponenten aan en voer de acties zelf uit zodat we ze voor onze eigen ogen zie gebeuren. We spelen om beurten. Allereerst onthul je een boskaart. Boskaarten geven je vaak iets extra’s aan het begin van je beurt. Deze kaart betekent bijvoorbeeld dat je drie kaboutermunten krijgt, terwijl een andere kaart je in staat stelt om gratis een van je werkplaatsen te activeren. Vervolgens bestaat je beurt uit verschillende fasen: verdienen, werken & kopen, en bewegen. (Ik tel op mijn vingers om visueel aan te geven dat het om drie resterende fasen gaat.) Verdienen is eenvoudig: voor elke kabouter op een bedrijfstegel krijg je een kaboutermunt. Daarna ga je werken & kopen. Werken houdt in dat je kijkt naar de actieve werkplaatsen in je dorp. Dit is de actieve kant van een tegel. Etc. Opmerking: Hoewel het spel eigenlijk uit vier fasen bestaat, kies ik ervoor om de boskaarten apart te benoemen omdat de getallen drie, vijf en zeven gemakkelijker te onthouden zijn. 5. Waar moeten we rekening mee houden? Zijn er bepaalde uitzonderingen in het spel? Kun je een strategische tip geven om sneller in het spel te komen? Dit is het moment om specifieke
Zo gebruik je sleutelwoorden in spellen (niet!)

Sleutelwoorden in spellen worden al jarenlang gebruikt door spelontwerpers. Niet gek, want ze zijn een slimme handigheid om terugkerende spelregels samen te vatten in één woord. Maar hoe verzin je goede sleutelwoorden? En welke valkuilen bestaan er? Ik schuim het internet af, op zoek naar antwoorden. Wat zijn sleutelwoorden in spellen? Sleutelwoorden in spellen zijn woorden of korte zinnen die worden gebruikt om spelmechanismen snel en duidelijk over te brengen aan de speler. Deze spelregels zouden anders veel meer tekst vergen om uit te leggen. Het gebruik van sleutelwoorden komt in alle spelgenres voor, van kaartspellen tot rollenspellen en strategiespellen. Een bekend voorbeeld is het kaartspel Magic: the Gathering (MtG). Dit spel gaat al zo lang mee, dat spelers sleutelwoorden van MtG gebruiken in andere kaartspellen, zelfs als deze spellen andere sleutelwoorden gebruiken. Een voorbeeld: Deathtouch In het kaartspel Magic: The Gathering kom je vaak het sleutelwoord ‘Deathtouch’ tegen. Voordat dit sleutelwoord was bedacht, werd het effect volledig uitgeschreven. Dit was nogal een rommeltje, want er waren allerlei verschillende versies van, vaak met subtiele variaties die voor verwarring zorgden. Soms werkte de vaardigheid bijvoorbeeld alleen als er gevechtsschade werd toegebracht, en soms werkte het bij elke vorm van schade. Toen besloten de makers om het effect te standaardiseren en het sleutelwoord ‘Deathtouch’ te gebruiken. Dit maakte de kaarten een stuk duidelijker en het spel eenvoudiger te begrijpen. Enkele jaren later hebben ze de regels voor ‘Deathtouch’ aangepast om het nog simpeler te maken. Naar boven Voordelen van sleutelwoorden Waarom gebruiken spelontwerpers sleutelwoorden in spellen? 1. Het spel leren wordt makkelijker Onze hersenen maken graag associaties tussen verschillende concepten. Wanneer spelers een sleutelwoord koppelen aan specifieke spelmechanismen, wordt het makkelijker om deze informatie te onthouden. Goede sleutelwoorden werken dus een beetje zoals een ezelsbruggetje. Door complexe spelregels te condenseren in één of meerdere woorden, vermindert dit de cognitieve belasting. Opmerking: Slechte sleutelwoorden verhogen juist de cognitieve belasting. Ze vertragen het spel omdat spelers steeds opnieuw de sleutelwoorden moeten opzoeken. 2. Sleutelwoorden besparen waardevolle ruimte De ruimte op spelcomponenten is beperkt. Sleutelwoorden besparen dus waardevolle ruimte. Door een enkele term te gebruiken in plaats van een lange beschrijving, kunnen ontwerpers meer witruimte of grafische elementen op de kaart plaatsen. Dit brengt me naadloos bij het volgende voordeel van sleutelwoorden in spellen. 3. Spelcomponenten zijn eenvoudig en overzichtelijk Kaarten en andere spelcomponenten worden visueel aantrekkelijker wanneer er minder tekst op staat. Het geheel ziet er minder complex uit, waardoor spelers minder snel overweldigd raken door de hoeveelheid informatie die ze moeten verwerken. Dit maakt het spel toegankelijker, vooral voor nieuwe spelers die nog niet vertrouwd zijn met alle spelmechanismen. 4. Makkelijk verwijzen naar slimme combinaties Met sleutelwoorden kun je makkelijk naar bepaalde effecten verwijzen. Zo kun je verschillende kaarten of andere spelcomponenten combineren voor krachtige effecten. Hierdoor wordt het spel strategisch en uitdagend. Spelers worden namelijk aangemoedigd om verschillende combinaties te ontdekken en te benutten! 5. Het thema wordt versterkt Sleutelwoorden kunnen helpen om de sfeer en het verhaal van het spel beter over te brengen. Een goed gekozen sleutelwoord kan de verbeelding van de speler prikkelen en een brug creëren tussen de spelmechanieken en het thema. Bovendien kan iedereen zich iets voorstellen bij de woorden ‘bouwen’, ‘stelen’ en ‘genezen’, waardoor de effecten makkelijk te onthouden zijn. Een goed sleutelwoord is dus intuïtief. Naar boven Dierkenmerken in Evolution: New World Evolution: New World draait om natuurlijke selectie: je maakt en evolueert dieren om hun overlevingskansen te vergroten. Slecht aangepaste dieren sterven en leveren geen punten op. Elke eigenschap is een sleutelwoord. Er zijn korte (short traits) en belangrijke eigenschappen (main traits). Hoewel belangrijke eigenschappen op de kaart worden uitgelegd, zie je bij bedekte kaarten alleen het sleutelwoord. Het spel bestaat bijna alleen uit sleutelwoorden. Zijn het er te veel? Misschien, maar ik vind deze thematische eigenschappen erg makkelijk te onthouden. Bijvoorbeeld, ‘carnivoor’ betekent dat het dier een ander dier kan opeten. Als de prooi ‘giftig’ is, sterft de carnivoor de volgende ronde. Logisch, toch? Naar boven Welke valkuilen vermijd je best? Waar moet je op letten wanneer je sleutelwoorden in spellen gebruikt? 1. Te veel sleutelwoorden Te veel sleutelwoorden kunnen overweldigend zijn voor spelers, maar hoeveel is te veel? Dat is een lastige vraag. Het is afhankelijk van de complexiteit van je spel. De enige manier om erachter te komen of je de juiste balans te pakken hebt is playtesten, playtesten en nog een keer playtesten met je doelgroep. 2. Verwarrende sleutelwoorden Vermijd sleutelwoorden die te veel op elkaar lijken. Wanneer sleutelwoorden qua naam of betekenis te dicht bij elkaar liggen, kunnen ze spelers verwarren en leiden tot fouten tijdens het spelen. Zorg ervoor dat elke term uniek en duidelijk is, zodat spelers meteen begrijpen wat elk sleutelwoord betekent zonder voortdurend de regels te moeten raadplegen. Sommige spelontwerpers laten zelfs elk sleutelwoord beginnen met een verschillende letter. 3. Te specifieke of te generieke effecten Vermijd sleutelwoorden voor zeer specifieke, of juist generieke, effecten. Een specifiek effect kan beter worden uitgelegd in volledige zinnen, omdat het sleutelwoord te weinig voorkomt om nuttig te zijn. Aan de andere kant, als een sleutelwoord te breed is, kan het vaag en nietszeggend aanvoelen, waardoor het zijn doel mist om de spelregels te verduidelijken en te vereenvoudigen. 4. Geen toegevoegde waarde Als een sleutelwoord geen ruimte bespaart, of niets verduidelijkt, is het waarschijnlijk overbodig. Zo voegt het woord ‘Damage’ in het voorbeeld ‘Damage: 1 to creature,’ niets toe. Het bespaart nauwelijks ruimte en maakt de tekst minder vloeiend. Je kunt zo’n effect beter aanduiden met een symbool. 5. Inconsistent gebruik Wanneer één sleutelwoord verschillende spelmechanismen omvat, is dit verwarrend. Ook wanneer hetzelfde spelmechanisme steeds anders genoemd wordt, kan dit leiden tot fouten tijdens het spelen. Blijf dus consistent. Naar boven De sleutel tot goede sleutelwoorden Een goed sleutelwoord is eenduidig, uniek en intuïtief. Bovendien moet elk sleutelwoord relevant zijn voor het spel. Als het niets toevoegt, kun je het beter weglaten of vervangen door een symbool. Daarbij bedenk je het beste nieuwe sleutelwoorden wanneer het effect ook
Bordspeltermen in het Nederlands

Tegenwoordig worden bordspeltermen in het Nederlands vaak verdrongen door Engelstalige termen. Dat is niet zo heel gek, want veel bordspellen worden internationaal uitgegeven. Bovendien bestaan er voor verschillende termen geen Nederlandse vertaling. Toch is dit niet ideaal voor Nederlandstalige spelers. Ze kopen nu eenmaal een spel in het Nederlands omdat ze dat beter begrijpen dan Engels. En pas als ze het spel goed begrijpen, kunnen ze het goed spelen. Twijfel je over hoe je een Engelstalige bordspelterm vertaalt of omschrijft in het Nederlands? Ik geef je een overzicht van de meest voorkomende bordspeltermen in spelregels. Heb ik een term over het hoofd gezien? Vertel het me via info@vickyschrijft.nl! A B C D E F G h I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z A Active player: Actieve speler. De speler die aan de beurt is. Alpha player: Dominante speler. De speler die in coöperatieve spellen niet enkel het voortouw neemt, maar ook de beslissingen van andere spelers sterk beïnvloedt. Amerigame/Ameritrash: Een spel dat focust op een thema, bijvoorbeeld een verhaal uit het Fantasy-, Science-Fiction- of Horrorgenre. De spelmechanismen dienen om dit thema te versterken. Er zit vaak geluk en een verhalend element in dit soort spellen. Deze spellen komen oorspronkelijk uit Amerika. Area Control: Een spelmechanisme waarbij het doel is om zoveel mogelijk invloed op een bepaald gebied te hebben. Dit kan door gebieden te veroveren, maar ook door een sterke positie in het gebied te hebben. B Bear off: Verwijderen. Spelonderdelen worden van het bord en uit het spel gehaald. Bit: Speelstuk, spelonderdeel of spelcomponent. Terug naar boven C Capture: Letterlijk betekent dit ‘vangen’, maar in een spelcontext gebruik je beter het woord ‘veroveren’. Je verovert een speelstuk van de tegenspeler. Currency: Valuta. Het is een element of component dat je moet spenderen om bepaalde acties te mogen doen. Dit zijn niet enkel munten. Tijd is vaak ook een valuta. In je speluitleg kun je soms beter grondstoffen of middelen zeggen, afhankelijk van de valuta en het spelmechanisme. D Deck: Een stapel kaarten. Vaak kan je in je speluitleg enkel ‘stapel’ of ‘kaarten’ zeggen. Soms kom je ook het woord ‘stok’ tegen. Dat is de verzameling van alle speelkaarten die in een spel worden gebruikt. Deckbuilding: Een spelmechanisme dat wordt gebruikt bij kaartspellen. Je bouwt je persoonlijke stapel kaarten. Tijdens het spel voeg je dus kaarten toe aan je eigen stapel om bepaalde doelen te halen. Dice: Meerdere dobbelstenen. Eén dobbelsteen is een ‘die’. Een synoniem voor een dobbelsteen is een teerling, maar dat klinkt ietwat ouderwets. Downtime: Dit is de tijd buiten je beurt. Je kunt deze tijd gebruiken om na te denken over je volgende acties. Drafting: Een spelmechanisme waarbij kaarten of andere spelelementen worden verdeeld onder de spelers door middel van een gestructureerd selectieproces. Hoe je drafting vertaalt in je speluitleg, is afhankelijk van welk soort drafting het is. Vaak kun je simpelweg ‘kiezen en doorgeven’ zeggen. Of: ‘Om de beurt kies je X…’ Terug naar boven E End-game: De laatste ronde. Engine-builder: Een spelmechanisme waarbij je tijdens het spel je spelersbord gaat opwaarderen om steeds betere acties te kunnen doen. Typisch aan een engine-builder is dat je verschillende opties hebt om dit te doen. Welke optie je kiest is afhankelijk van je doel en strategie. Op het eind van het spel ziet mijn spelersbord er dus anders uit dan het jouwe. Equipment: Uitrusting. Dit woord wordt vaak gebruikt in thematische spellen met heldhaftige personages. Eurogame: Een spel dat focust op strategie en spelmechanismen waarbij weinig of geen geluk bij komt kijken. Dit genre komt oorspronkelijk uit Duitsland. F Fiddly: Onhandig. Dit woord wordt gebruikt wanneer een spel veel componenten heeft die je moet verschuiven. Dit wordt door spelers vaak als onaangenaam ervaren. First player: Startspeler FLGS: De afkorting voor ‘Friendly Local Game Store’, oftewel de spellenspeciaalzaak in je buurt. Flip & Write: Een spelmechanisme waarbij je kaarten omdraait om vervolgens een actie te doen op je scoreblad. Vaak houden deze acties in: tekenen, aanduiden of invullen. Friendly: Letterlijk betekent dit ‘vriendelijk’, maar in een bordspelcontext betekent dit een spelcomponent of -gebied van een medespeler of teamgenoot, in tegenstelling tot dat van een tegenspeler. Terug naar boven G Game pieces/bits: Spelcomponenten of spelonderdelen H Heavy: Een ‘heavy game’ is een expertspel waarbij de spelregels erg uitgebreid en moeilijk zijn. Vaak heb je een complexe strategie nodig om het spel te winnen. Hex: Een speelvak met zes gelijke zijdes. Terug naar boven I J Terug naar boven K Keywords: Letterlijk ‘sleutelwoorden’, maar je kunt ook ‘veel gebruikte termen’ of ‘belangrijke termen’ schrijven. L Light: Letterlijk betekent dit ‘licht’, maar je kunt beter ‘eenvoudig’ zeggen. Terug naar boven M Meaty: Een ‘meaty game’ is een moeilijk spel of een expertspel. Dit wilt niet altijd zeggen dat de spelregels moeilijk zijn, maar spelers moeten erg goed nadenken om vooruit te raken. In dit soort spellen zit vaak weinig geluk. N Terug naar boven O Open drafting: Om de beurt kiezen spelers uit beschikbare spelonderdelen. Vaak zijn dit kaarten waarmee ze acties kunnen doen, maar het kunnen ook grondstoffen of andere middelen zijn. Het verschil met ‘closed drafting’ is dat de onderdelen zichtbaar zijn. Alle spelers weten dus wat de mogelijke opties zijn. P Player aid: Een kort overzicht van het spel. Dit wordt vaak weergegeven op een kaart dat spelers naast hun speelveld kunnen leggen. Pool: Aanbod of reeks Push your luck/Press your luck: Dit spelmechanisme kan worden omschreven als ‘waag je geluk’ of ‘neem een risico’. Spelers nemen namelijk risico’s in de hoop grote beloningen te ontvangen. Spelers beslissen zelf wanneer moeten stoppen om verlies te voorkomen. Terug naar boven Q R Random: Willekeurig. Als je spelers willekeurig een kaart wilt laten trekken, kun je beter zeggen ’trek blind een kaart’. Deze omschrijving zorgt voor minder verwarring. Real-time: Een prima Engels leenwoord. Letterlijk betekent dit ‘actuele tijd’, maar als je het leenwoord niet wilt gebruiken, zeg je beter ’tegelijkertijd’. Je kunt ook verwijzen naar het spelonderdeel dat
De meest voorkomende taalfouten in spelregels

Tijdens het spelontwerp worden spelregels geschreven, herschreven en nogmaals herschreven. Soms worden slechts enkele paragrafen veranderd, soms wordt het hele spel omgegooid. Het is niet verwonderlijk dat er fouten insluipen. Ik deel de meest voorkomende taalfouten in spelregels. Of althans, de taalfouten die ik vaak tegenkom. Suggesties mag je altijd sturen naar info@vickyschrijft.nl! Inconsistent gebruik van termen Onnodig gebruik van Engelse termen Schrijfwijze van cijfers Samenstellingen met spaties of zonder streepje Verandering van aanspreking Typfouten Nog een extra tip Inconsistent gebruik van termen Tijdens het vele testen zal je vaak verschillende termen voor hetzelfde component of spelregel gebruiken. Wanneer je deze spelregels gaat uitschrijven, is het belangrijk om één term te kiezen en aan te houden. Zo vermijd je verwarring bij spelers en maak je de tekst een stuk leesbaarder. Voorbeeld: Wisselen tussen voedingsfiches, voedselfiches, voedseltokens, eten. Eén term aanhouden, bijvoorbeeld voedselfiches. Onnodig gebruik van Engelse termen Veel termen in bordspellen zijn afkomstig uit het Engels. Hoewel ervaren spelers bekend zijn met deze termen, is het vaak lastiger voor nieuwe spelers. Bovendien kiezen spelers voor de Nederlandse versie en niet de Engelse. Je mag natuurlijk Engelse leenwoorden gebruiken, maar als er een Nederlands alternatief bestaat, raad ik aan om dit te gebruiken. Het zal de begrijpelijkheid van je tekst ten goede komen. Voorbeeld: Deck, draften, items. Stapel kaarten, kaarten kiezen/doorgeven, voorwerpen. Schrijfwijze van cijfers Hoe schrijf je cijfers? Of je nu voor cijfers (1, 2, 3) of woorden (één, twee, drie) gaat, het is vooral een stijlkeuze. Heb je eenmaal een keuze gemaakt? Blijf dan daarbij in je tekst. Het maakt je spelregels veel duidelijker en het ziet er netjes uit. Als je kiest voor woorden, kun je een uitzondering maken voor het componentenoverzicht. Het is namelijk gemakkelijker om ’52 voorwerpkaarten’ te lezen dan ’tweeënvijftig voorwerpkaarten’. Voorbeeld: Als je met 3 spelers speelt, neem dan 1x twee kaarten. Als je met drie spelers speelt, neem dan eenmaal twee kaarten. Samenstellingen met spaties of zonder streepje Bord- en kaartspellen zijn kleine werelden met hun eigen taal. Daarom zal je vast enkele nieuwe samenstellingen maken.De basisregel voor een samenstelling is: je moet de woorden aan elkaar schrijven, tenzij een streepje de leesbaarheid verbetert. Een streepje mag altijd, dus als je twijfelt, gebruik je het best in je samenstelling. Kies je eenmaal voor een bepaalde schrijfwijze, wees dan consistent in je gebruik. Voorbeeld: Schaap kaarten, XP fiches, Chimaeraivoor Schaapkaarten, XP-fiches, Chimaera-ivoor Verandering van aanspreking Het komt vaak voor in spelregels dat de aanspreking verandert. In de ene paragraaf staat er ‘de spelers doen nu dit of dat’, in de volgende staat er ‘je neemt een kaart’. Je tekst leest vlotter als je voor één soort aanspreking kiest en je daaraan houdt. Voorbeeld: Spelers spelen om de beurt. Aan het begin van je beurt neem je een kaart. Je speelt om de beurt. Aan het begin van je beurt neem je een kaart. Typfouten Typfouten sluipen in elke tekst, dus ook in spelregels. Lees je spelregels goed na op vergeten punten en komma’s, maar ook op vergissingen. Als je in bepaalde paragrafen veel gekopieerd en geplakt hebt, controleer dan of er geen woord te veel of te weinig staat. Voorbeeld: Spelerstkens, je plaats van, je beurt eindigt Spelerstokens, in plaats van, je beurt eindigt. Nog een extra tip Vermijd passieve zinnen als je kunt. Vooral in teksten met instructies, wat een spelregelboek is, zijn actieve zinnen duidelijker. Het is natuurlijk niet altijd mogelijk. Veel spelonderdelen ondergaan immers het spel. Waar het wel kan gebruik je best actieve zinnen. Voorbeeld: De voedselfiches worden geplaatst op het dierspoor. Plaats de voedselfiches op het dierspoor. Meer lezen? Samenwerken? Ja graag! Stuur me een mailtje voor een vrijblijvend gesprek. Je hoeft nog niets te beslissen, enkel of je koffie of thee wilt. Ik wil koffie Doe maar thee
